Sfeervolle portretten

13 september 2008 Hoewel hij niet de supersterstatus heeft van Youssou N’Dour, is Wasis Diop een van de meest gewilde en bewonderde Afrikaanse muzikanten in de internationale muziekscene. De onvermoeid nieuwsgierige Wasis Diop neemt zijn subtiele gitaarakkoorden en geraffineerde composities naar alle uithoeken van de wereld in een oneindige reis.





Het komt eigenlijk niet zo vaak voor dat ik een cd zo vaak opzet zonder dat ik er genoeg van krijg. Judu Bek is echter zo’n plaat. Dat komt omdat de muziek van Wasis zo kalmerend werkt dat de stress na een dag werken onmiddellijk van je af zakt. Toegegeven, het is niet bepaald een plaat die je gemakkelijk onder het kopje Afrika zal indelen.

Bijzondere carrière
Wasis Diop, geboren in 1950 in Dakar, Senegal, mengt de muziek van zijn geboortegrond moeiteloos met pop en jazz. En hij is er wereldberoemd mee geworden. Al in de jaren 70 verliet hij Senegal om een studie bouwkunde te gaan volgen in Parijs. Dat hield hij al snel voor gezien en hij begon samen met een landgenoot muziek te maken. Ze richtten de band West African Cosmos op, een band die vandaag de dag een revival verdient, vanwege de nieuwe belangstelling voor funky bands uit de jaren zeventig en tachtig. Een klein decennium later verliet hij de groep om zich op een solo-carrière te storten. Echt storm loopt het niet, qua succes, maar wanneer hij de soundtrack maakt van de film Hyenes in de jaren negentig, krijgt hij lovende kritieken. De film werd overigens geregiseerd door zijn broer Djibril Diop Mambety. De cd is zijn debuut en is het resultaat van zowel artistieke als broederlijke symbiose. Op deze plaat is de bijzondere aanpak van Wasis al goed te merken. Flamenco en doedelzak worden schijnbaar moeiteloos vermengd met het Afrikaanse instrumentarium als kora en de bijzondere klanken die de zang in Wolof voortbrengen. Een zekere internationale erkenning volgt en veel Afrikaanse muzikanten, zoals de Congolese Lokua Kanza en de Zuid-Afrikaan Johnny Clegg werken met hem samen.
Hij woont in Parijs en schrijft veel van zijn muziek in het frans, maar ook in het Wolof. Meer albums volgen in de jaren, met Judu Bek als laatste boreling. Zijn eerste plaat in tien jaar.

Judu Bek
Het is een plaat die goed laat zien waar Wasis onder andere zijn inspiratie vandaan haalt. Zo staat er onder andere een nummer op de cd van Leonard Cohen. Van hem is het meest opmerkelijke nummer, L’Ange Djibril, dat beter bekend is als Hallelujah. Als je de foto’s in het boekje bekijkt, merk je dat het hier om een nostalgische reis naar de jeugd en het verleden van Wasis lijkt te gaan. De foto’s tonen veel portretten van mensen, zoals ze vroeger in de studio’s van fotografen in opdracht gemaakt werden.
Misschien kun je het zo wel zien. Een serie portretten van mensen en situaties uit Afrika. Maar het nummer Automobile Mobile is herkenbaar. Het gaat over de onmogelijkheid je nog te kunnen bewegen in de grote steden. Hij heeft het hier over nooit oplossende files rond Parijs, maar het kan uiteraard net zo goed om Amsterdam of Rotterdam gaan of zelfs om Dakar.
Zijn stem is warm en sensueel. De nummers stralen stuk voor stuk een bijzondere sfeer uit. Vooral het nummer Ndiago Pop blijft op een of andere manier goed hangen. De tracks Jine Ji en Let it go zingt hij met twee verschillende zangeressen, die verder weinig credits krijgen, anders dan hun voornamen.
Wat mij betreft is dit toch een van de betere platen van dit jaar. In tegenstelling tot enkele recensenten die er toch niet veel aan vonden. Kennelijk verwachtten die een album dat meer aansluit met wat we gewoon zijn van muziek uit Senegal.

Muziek  (468x60)