Hartslag en geweten van Afrika

5 augustus 2009 Drie decennia na zijn klassieke albums met Afrika 70 is er nog weinig veranderd aan het vlammende protest in de songs van Tony Allen. En de situatie daar is nu zelfs nog erger dan toendertijd. 'Nigeria wordt er niet beter op. Waarom wil iedereen anders naar Europa komen? Wat Fela zong is nog steeds waar. Het komt allemaal neer op slecht bestuur en corruptie. De macht van de sterkste.'





Al jaren wordt Tony Allen gezien als de beste drumstel-drummer van Afrika. Met Fela Kuti creëerde hij afrobeat, de stijl die vooral de laatste jaren weer grote populariteit geniet. Niet alleen zijn daarbij de stuwende kracht, de blazers en de funk onmisbaar, ook de grote politieke lading van de boodschap is een belangrijk ingrediënt van de muziek. En juist al deze kenmerken zijn altijd onderdeel blijven uitmaken van de muziek van Allen, zelfs jaren nadat hij niet meer met Fela speelde.

Hartslag van Afrika
Rond zijn twintigste begon Tony Allen, zoon van Nigeriaanse en Ghanese ouders, te werken als professioneel muzikant. In zijn jeugd had hij zichzelf drummen geleerd, door veel te luisteren naar platen van Amerikaanse jazz-drummers. Zoals met veel Afrikaanse muzikanten had hij eerst een strijd te voeren met zijn ouders, want muzikanten werden niet hoog aangeschreven. Allen speelde bij verschillende bands tot hij in 1964 Fela Kuti ontmoette. 'Fela presenteerde een radioprogramma op de vrijdagavonden. Maar hij wilde zelf muziek gaan maken en in clubs gaan spelen. Hij had al een paar drummers gezocht, maar vond niet het juiste geluid. Iemand bracht hem in contact met mij en ik bleek de stijl te spelen die hij zocht.'
Het duurde nog een paar jaar voordat de typische stijl die we nu afrobeat noemen zich had uitgekristalliseerd. 'Fela zei altijd dat ik klonk als vier drummers', zegt Allen. 'In de band was ik de enige die feitelijk zelf muziek maakte. Voor de andere muzikanten schreef Fela de muziek altijd helemaal uit.' De muziek werd zo bijzonder ervaren, dat veel andere muzikanten, zoals James Brown en Ginger Baker, de muziek van Kuti en Afrika 70 begonnen te bestuderen, en het drummen van Allen in het bijzonder. Tony Allen speelde tot het eind van de jaren zeventig bij de band van Kuti. Het was rond die tijd dat diens conflict met de autoriteiten steeds grimmiger en zelfs bloedige vormen begon aan te nemen.

Parijs
In het begin van de jaren tachtig verhuisde Allen naar Parijs. 'Lagos was te klein voor mij én Fela. Het was een kleine plaats en ik wilde ruimte zonder in het vaarwater van anderen terecht te komen. Ik koos voor Parijs, deels omdat de Britse immigratiedienst me problemen gaf, maar ook omdat er in Parijs meer gebeurt op het gebied van Afrikaanse muziek dan in Londen. Bovendien bevond mijn platenmaatschappij zich daar. Het was dus de enige plaats waar ik mijn gang kon gaan en een goede boterham verdienen', aldus Allen. 'Muziek is mijn missie. Ik heb er nooit genoeg van en ik leer van anderen. De muzikale wereld is erg spiritueel en ik denk niet dat er ooit een einde aan komt. Als muzikanten is het onze missie om door te gaan.'
Door de jaren negentig werd Allen veel gevraagd als sessiedrummer en werkte met veel muzikanten en band samen, waaronder Air, Manu Dibango en Grace Jones. Sinds Fela's dood in 1997 wordt Allen door afrobeat-adepten gezien als de nieuwe fakkeldrager van de afrobeat. En sinds afrobeat een groeiende belangstelling doormaakt, komen er ook meer frequent albums van Allen uit. Black Voices kwam uit in 1999, gevolgd door Home Cooking, Tony Allen Live, Lagos No Shaking en nu, het sterke Secret Agent.

Secret Agent
Het nieuwe album is een wonderlijk staaltje van onvervalste afrobeat. Het is Allen's debuut bij het label World Circuit en zijn eerste release sinds hij de band The Good, The Bad and The Queen oprichtte. Afrobeat is weer helemaal hot, en Tony Allen is nog steeds de stamvader.
Secret Agent is door Allen zelf geproduceerd en opgenomen met de goed ingespeelde band waarmee hij doorgaans de wereld over trekt. De spelers in de band komen uit verschillende hoeken van de wereld, waaronder Nigeria, Kameroen, Martinique en Frankrijk. Het album is helemaal in de traditie van afrobeat. De bekende blazers, funky keyboards, gitaren en de onmiskenbare achtergrondvokalen van Ayo (niet te verwarren met Ayo), King Odudu, Switch, Kefee Obareki en Wura Samba, die op een of andere manier altijd een vertrouwd jaren zeventig-gevoel op weten te roepen. Zelf neemt Allen de vokalen voor zijn rekening van de nummers Secret Agent en Elewon Po. Er zijn ook nog wat subtiele toevoegingen te horen, waaronder een accordeon. En dan is er de beat. De onmiskenbare drive van Tony Allen die het geheel voortstuwt als ware het een onstopbare stoomlocomotief.
De politiek geladen teksten zijn een handelsmerk. Hoewel er op dit album ook een aantal staan, zijn de nummers Nina Lowo en Atuwaba vooral gebaseerd op traditionele gezegden. Allen: 'Fela had een andere manier van het schrijven van teksten. Hij schreef als een zanger, ik schrijf als een drummer.'
Secret Agent komt voort uit de diepe, vurige kern van afrobeat. Zoals Ayo zingt in het nummer Ijo: 'het ritme van goud, het ritme van klasse, het ritme van genot, gevuld met de geschiedenis van onze wereld'. Fela kan tevreden zijn.

Muziek  (468x60)