De eigenzinnige creativiteit van Manou Gallo

19 mei 2010 De Ivoriaanse muzikante Manou Gallo is een voorbeeld voor Afrikaanse vrouwen in de muziek. Met haar nieuwste album Lowlin toont ze de veelzijdigheid van haar Afrikaanse wortels als inspiratiebron.







Mannenwerk
Het is in Afrikaanse culturen niet gebruikelijk dat er door vrouwen muziek wordt gemaakt. Zingen uiteraard wel, maar drummen of het spelen van gitaar is toch typisch iets voor mannen. Toch is het precies wat de Ivoriaanse Manou Gallo al sinds haar vroege jeugd doet. ’Ik was acht jaar toen ik begon met drummen,’ vertelt ze. ’Ik had toen nog nooit les gehad, ik begon gewoon.’ Ze liet zich door niemand tegenhouden en sindsdien is de energieke Ivoriaanse niet meer gestopt. ’Drummen is in Ivoorkust eigenlijk verboden voor vrouwen, het wordt gewoon niet gedaan,’ aldus Gallo. Er werd vreemd gekeken toen ze als klein meisje achter de drums kroop bij een traditionele begrafenisceremonie. De drummer die het ritueel van de nodige ritmiek moest voorzien kwam niet opdagen en Manou zag haar kans schoon. De consternatie was groot onder haar dorpsgenoten en men probeerde haar te stoppen. Maar ze ging door, mede door de steun van haar oma.
Ze is het voorbeeld voor veel Afrikaanse vrouwen. Manou: ’Er waren wel vrouwen die iets met muziek deden, maar dat waren meestal organisatorische dingen. Laatst belde een meisje me, om te vertellen dat er nu ook vrouwelijke leerlingen zijn op de muziekschool in Abidjan. Er komt dus verandering. Mensen hebben veel respect voor me.’

Zap Mama
Na haar spontane optreden ’au village’ was haar interesse voor het maken van muziek gewekt. Via de burgemeester van haar geboorteplaats Divo – een kleine 200 km van Abidjan – kwam ze al op haar twaalfde terecht bij de band Woya, waar ze gitaar en bas leerde spelen. Marcellin Yacé was haar grote voorbeeld en de man die haar haar eerste basgitaar gaf. ’Ik kende al die bekende basgitaristen niet, ik kende alleen Marcellin. Hij heeft mij de muziek geleerd.’
Uiteindelijk belandde ze in Europa en als bassiste van de bekende pan-Afrikaanse vrouwenband Zap Mama reisde ze vanaf 1997 zes jaar lang over de hele wereld. Alle dames zijn inmiddels hun eigen weg gegaan, maar Zap Mama bestaat nog steeds en onlangs kwam de band in persoon van Marie Daulne nog met het aantrekkelijke nieuwe album ReCreation.

Werelds
Manou Gallo’s nieuwe album Lowlin, dat ’reizen’ betekent, is haar derde en klinkt bijzonder internationaal, maar toch Afrikaans. In 2009 reisde ze met een laptop vol nieuwe muziekideeën langs Europese en Afrikaanse steden. Onderweg nam ze met verschillende muzikanten de tracks op. In Boedapest met fluitist Amir Gwirtzman, in Abidjan met zangeres Bomou Mamadou, in Aarhus (Denemarken) zong oud-Zap Mama-collega Lene Noorgaard Christensen mee en in Brussel werkte ze samen met de eerder genoemde Marie Daulne.
Het resultaat is een schitterende mix van Europese en Afrikaanse muziek en ik hoorde zelfs vlagen van Zuid-Amerikaanse stijlen terugkomen. Manou heeft er nog elementen aan toegevoegd, zoals onverwachte wendingen en verrassende keuzes voor instrumenten. Uiteraard horen we ook de harmonieuze zang, die we zo goed kennen van Zap Mama. Zelf heeft Manou de basgitaar ter hand genomen waarmee ze haar muziek ondersteunt en van het nodige fundament voorziet.
Samen met ReCreation, het nieuwste Zap Mama-album kunnen we Lowlin rekenen tot het meest eigenzinnige en gevarieerde album van dit jaar.

Muziek  (468x60)