Mamadou Diabaté blijft dicht bij de traditie

30 mei 2011 Mamadou Diabaté is één van de meest belangrijke en invloedrijke kora-virtuozen uit Mali, naast de wereldberoemde Toumani Diabaté uiteraard, die toevallig ook nog eens zijn neef blijkt te zijn.





Zijn indrukwekkende vaardigheid op het instrument is goed gedocumenteerd op eerdere albums als Tunga uit 2000, Heritage uit 2006, en Douga Mansa uit 2008. Met de laatste won hij een Grammy Award voor Best Traditional World Music Album. Met dit nieuwe album Courage, blijft Diabaté wederom dicht bij de traditionele muziek, maar met originele composities.

Virtuoos uit Kita
Mamadou Diabaté werd geboren in 1975 in Kita, een Malinese stad die lang bekend stond als centrum van Manding-kunst en -cultuur. Hij komt uit een familie van griots, zoals zijn naam al aangeeft. Mamadou's vader Djelimory speelde reeds de kora en stond bekend als N'fa Diabaté. Hij speelde bij het nationale Ensemble Instrumental de Mali en was veel te horen op de al even bekende Radio National de Mali. Toen Mamadou vier was, woonde hij bij zijn vader in Bamako, waar het ensemble zijn basis had. Op het moment dat het tijd was om terug te keren naar Kita en naar school te gaan, wist hij dat de kora zijn toekomst zou worden. Zijn vader had hem al geleerd hoe hij het instrument moest bespelen en Mamadou wijdde zich vol overgave aan het beoefenen van de kora, totdat zijn moeder bang begon te worden dat hij niet genoeg concentreerde op school en hem zijn instrument afpakte. Maar zijn interesse in school verminderde alleen maar en hij begon zijn eigen kora te maken zodat hij door kon gaan met het bespelen van het insrument.
De rest van de geschiedenis laat zich raden. Niet veel later speelde hij met een groep tijdens bruilofen en traditionele gelegenheden en werd hij uitgenodigd om te komen spelen met zeer bekende Malinese sterren als Ami Koita, Tata Bambo Kouyaté, Kandia Kouyaté en Babani Koné. Door zijn stijgende bekendheid trad hij zelfs op in New York bij de Verenigde Naties, het Lincoln Center, het Metropolitan Museum en bij het Smithsonian Institute in Washington. Maar daarnaast speelde hij ook met jazzmuzikanten als Donald Byrd en Randy Weston en Afrikaanse collega-muzikanten als de Zimbabwaanse legende Thomas Mapfumo en de Beninese Angélique Kidjo.

Kora en balafon
Hoewel de kora centraal staat op dit honderd procent instrumentale album, wordt er gelukkig ook met andere instrumenten gewerkt. Zo wordt op veel van de nummers de kora begeleid door de balafon, wat traditioneel ook meestal het geval is bij dit type muziek. Het samenspel van de twee instrumenten zorgt voor veel van de hoogtepunten op het album. Maar een onopvallende basgitaar lijkt het enige andere instrument dat een rol van betekenis speelt.
Maar er zijn zeker hoogtepunten op dit album te vinden. Zo is Humanity een nummer waar Mamadou zijn virtuoziteit laat blijken, met de basgitaar als fundament. En op Kita Djely horen we een complex samenspel van balafon en kora, terwijl Diayeh Bana ruim zes minuten voortkabbelt om later tot een sneller tempo te komen.

Het is allemaal boeiend genoeg, maar voor de toevallige en ongeoefende luisteraar is het de vraag of deze minimale variaties in tempo en ritme genoeg zullen zijn om de interesse vast te houden. Diabaté is een onbetwiste meester op zijn instrument en zijn behendigheid is verbazingwekkend, maar halverwege de plaat beginnen de nummers nogal op elkaar te lijken zonder al te veel verrassingen. De balafon zorgt voor de broodnodige afwisseling, maar daar blijft het eigenlijk wel bij. Diabaté mag dan af willen stappen van al te veel traditionele invloeden, hij zou er goed aan doen om nog meer en duidelijker contrast in zijn werk te brengen. Hij blijft wat te dicht bij de bron. Maar er is genoeg energie te horen op Courage, dat is zeker.

Muziek  (468x60)