Het geluid van de onafhankelijkheid en het panafrikanisme

12 november 2010 Het was in een studio in Brussel in 1960 dat de muziek van het onafhankelijke Afrika geboren werd. Omdat het nummer veel werd gedraaid op de radio, werd Indépendance Cha Cha binnen enkele weken de eerste pan-afrikaanse hit.





Terwijl er in Nederland niet echt veel aandacht is voor het feit dat vijftig jaar geleden veel Afrikaanse landen onafhankelijk werden, is deze gebeurtenis zeker in Frankrijk niet onopgemerkt voorbijgegaan. Op muzikaal gebied zagen in dat kader veel interessante verzamelingen het levenslicht. Eén daarvan is Afriques Indépendantes, dat werd samengesteld door het bekende Syllart Productions en bestaat uit vijf cd's: Afrique Engagée, Mali, Sénégal, Guinée en Congo. Ze bevatten een redelijk compleet overzicht van wat er in de afgelopen vijf decennia aan muziek is verschenen. Maar vooral Afrique Engagée is met zijn panafrikanistische trots een soundtrack van wat er in die tijd allemaal gebeurde op het continent.

Muziek in de strijd voor onafhankelijkheid
In 1960, toen niet minder dan zestien voornamelijk West-Afrikaanse landen onafhankelijk werden, besloten veel van hun regeringen om regionale en nationale orkesten te formeren met moderne instrumenten. Geïnspireerd door de culturele politiek van president Sékou Touré van Guinee, moesten deze orkesten de grootsheid en het belang van de muziek onderstrepen in relatie tot de verkregen onafhankelijkheid. Van Senegal tot Congo en van Nigeria tot Mali vormde de muziek de begeleiding van een nieuwe periode. Bekend, onbekend of daar tussenin, de muzikanten van toen hebben geschiedenis geschreven.

Indépendance Cha Cha en verder
Sinds Indépendance Cha Cha is dit nummer, orgineel van Le Grand Kalle (Joseph Kabasele), talloze keren gecoverd door andere Afrikaanse artiesten. Aan het begin van de jaren zeventig is het zijn directe concurrent, Franco & l'OK Jazz, die niet aarzelt om het in het nummer Marobu Ma Miondo te hebben over landhervormingen en de noodzakelijke onafhankelijk van met name Angola. Congolese gitarist Docteur Nico is een overtuigde panafrikanist. Na een bezoek aan Ivoorkust en Senegal, nam hij Afrique de l'Ouest op in de late jaren zestig, een nummer dat de visie van een verenigd en solidair Afrika illustreert.
In Guinee, doet het nationaal orkest Balla & Ses Balladins een ontroerend eerbetoon aan de Congolese leider Lumumba, die werd vermoord in 1961. Bembeya Jazz National, een ander paradepaardje uit Guinee, bejubelt uitbundig het leger van het land in Armée Guinéenne, daarmee de trots van de bevolking uitsprekend over de herwonnen waardigheid sinds dat Sékou Touré brak met Frankrijk in 1968. In het naburige Mali, zingt Salif Keita 'de Malinezen beledigen niemand' op het duizelingwekkende Mali Tebega Mogoma, opgenomen in 1970 met de Rail Band du Buffet Hotel de la Gare van Bamako, later beter bekend onder het kortere Rail Band. Het nummer Mali Sènèkèlaw van l'Orchestre Regional de Sikasso werd ongeveer in dezelfde periode opgenomen als Rail Band, in dezelfde studio in Bamako.

Panafrikaanse betrokkenheid
L'Orchestre Régional de Gao, in het oosten van Mali, toont in 1972 zijn panafrikaanse betrokkenheid met een speciaal eerbetoon aan de bevolking van Guinée, toen het op 22 november werd aangevallen door Portugese huurlingen. Het valt ook meer in het algemeen op dat veel bands op deze verzameling in de periode na de onafhankelijkheid zeer betrokken over de grens gekeken hebben. Het panafrikanisme dat in die tijd in vele Afrikaanse harten gekoesterd werd, maakte echter al snel plaats voor nationalisme, staatsgrepen en militaire regimes. Alle artiesten op het album hebben een hoofdstuk in het verhaal van de onafhankelijkheid geschreven. Of kwam de onafhankelijkheid door het sterke muzikale statement?

Muziek  (468x60)