Cheikh Lô heeft voor ieder wat wils

22 november 2010 Op dit nieuwe album van Cheikh Lô krijgt zijn funky mbalax een panafrikaanse inslag, waarbij we duidelijk invloeden horen van highlife, afrobeat, rumba uit Congo en salsa uit Cuba.





Het album Jamm is het eerste in vijf jaar van één van de grootste Afrikaanse muzikale buitenbeentjes, de Senegalese soefi-troubadour Cheikh Lô. Het is zijn meest persoonlijke en onderscheidende album sinds zijn debuut Né La Thiass uit 1996, dat destijds door Youssou N'Dour werd geproduceerd. Toch horen we na de eerste klanken van de eerste track direct dat we hier met Lô te maken hebben, zo sterk is zijn muzikale mix van semi-akoestische West- en Centraal-Afrikaanse sfeer, funk, Cubaans en flamenco in de geesten van de wereldmuziek-luisteraar ingebed. En zijn hese en sensuele stem klinkt beter dan ooit.

In eenvoud
In de lijn met de levenswijze van de Baye Fall en de terughoudendheid die daarbij hoort valt ook de manier waarop dit album werd opgenomen. Bijna letterlijk in Lô's achtertuin werd de muziek eerst op eenvoudige demo's opgenomen met behulp van huis-tuin-en-keuken software in het huis van zijn vriend en bassist Thierno Sarr. De directheid, passie en intimiteit van deze opnames was zo groot dat werd besloten om ze te behouden als de ruggengraat van het album. Lô's lead- en samenzang, akoestische gitaar en percussie, zijn nadien uitgebreid met een extra elektrische gitaar, drums, bas, sax en Senegalese percussie door de leden van zijn vaste band. In Londen voegden zijn vrienden Tony Allen en Pee Wee Ellis de laatste elementen toe die het album compleet maken.

Voor ieder wat wils
De tracks zijn gezongen in vier verschillende talen en zijn daarmee bijna net zo gevarieerd als de verschillende muzikale stijlen die we erop terugvinden. Conia is een lied over jaloezie gezongen in Jula, een Mande-dialect uit zijn geboorteland Burkina Faso. De hybride van funk, reggae en Cubaans van het titelnummer is een oproep in het Wolof voor de wereldvrede, terwijl Il n'est Jamais Trop Tard met zijn zangerige highlife en gitaren een cover is van een hit uit de jaren zestig door Bembeya Jazz uit Guinee, waarbij de tekst is aangepast aan de bittere actualiteit van de Afrikaanse emigratie. Seyni is gezongen in het Wolof en Spaans en een eerbetoon aan zowel Laba Sosseh, de grote Senegalese Afro-rumba zanger, als de Cubaanse zanger Abelardo Barrosso. Dit nummer was het eerste dat Lô ooit zong in het openbaar, jaren geleden. Bourama is onvervalste afrobeat en werd geschreven met Pee Wee Ellis en Dieuf Dieul is een voorbeeld van Lô's handelsmerk van akoestische mbalax met een sterke godsdienstige grondslag. Warico is een andere ode aan een ster van weleer, namelijk Amadou Balaké uit Burkina Faso en uiteraard mag in die lijn het eerbetoon aan Burkina Faso's charismatische president en kameraad Thomas Sankara niet worden vergeten.
'Het album is een smeltkroes,' zegt Lô van het album. 'Het is als een grote picknickmand, hier wat kaas, daar wat brood, wat chocola en een cocktail aan de zijkant. Er is voor ieder wat wils.'

Muziek  (468x60)