Afrikanen veroveren Cuba op Afrocubism

3 januari 2011 Het streven bij de start van dit project was om een volmaakte eenheid te smeden tussen twee groepen muzikanten en hun stijlen te integreren. Hoewel het uiteindelijke resultaat geweldig is, is het meer dan duidelijk welke van de nummers zijn geschreven door Malinezen en welke door de Cubanen.







Toen dit project veertien jaar geleden werd bedacht, was het idee briljant maar simpel: de Malinese gitarist Djelimady Tounkara en n’goni-virtuoos Bassekou Kouyaté zouden afreizen naar Cuba om daar met lokale muzikanten te werken. Het lukte de Afrikanen niet om naar Cuba te vertrekken vanwege visa-problemen en de voornamelijk Cubaanse sessie met Ry Cooder resulteerde in het zeer succesvolle Buena Vista Social Club. Van het album werden ruim vijf miljoen exemplaren verkocht en was het bewijs dat je met wereldmuziek de hele wereld kon veroveren. Maar het oorspronkelijke plan liet Nick Gold, de baas van World Circuit Records, niet los en het project werd nieuw leven ingeblazen.

Herkansing
Meerdere van de destijds betrokken muzikanten zijn inmiddels beroemdheden, en Afrocubism kan dan ook een supergroep van wereldformaat worden genoemd. Naast Djelimady en Bassekou werden er meerdere bekende Malinezen bij het project betrokken, waaronder Toumani Diabaté en zanger Kasse Mady Diabaté. Samen met de Cubaanse Buena Vista-ster Eliades Ochoa en zijn band maakten ze dit elegante en gemoedelijke album. Het is bekend dat Malinezen – maar eigenlijk Westafrikanen in het algemeen – zeer bekend zijn met Cubaanse muziek, terwijl Cubanen niet echt bekend zijn met de griot-traditie. Maar de samenwerking werkt.

De sterke link tussen Mali en Cuba
Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960, introduceerde de Malinese president Modibo Keita het één-partij-socialisme, zoals veel Afrikaanse landen in die periode. Zo ontstonden er vriendschappelijke relaties met de Cubaanse president Fidel Castro en net zoals bij de Guinese president Sékou Touré het geval was, werd Cubaanse muziek actief gepromoot door het hele land. Sterker nog, in sommige West-Afrikaanse landen werden muzikanten naar Cuba gestuurd om daar het vak nog beter onder de knie te krijgen en betaalde de regering de instrumenten. Als gevolg daarvan zijn veel Malinese muzikanten nu net zo bedreven in het spelen van son en rumba ritmes als die uit hun eigen cultuur.

Niet de volmaakte eenheid
Toch missen we een zeker gebrek aan Cubaanse smaak op sommige van de nummers van Afrikaanse hand. Het lijkt erop dat Afrikanen beter in staat zijn om hun identiteit toe te voegen aan Cubaanse muziek dan andersom. Dat maakt dat Afrocubism naar mijn smaak voornamelijk een Afrikaans album is.
De Cubaanse inbreng op het gehele album wordt vertegenwoordigd door Ochoa op gitaar en zang, en diverse andere muzikanten spelen percussie en blazers, maar als de nummers niet in het Spaans zijn, wordt hun aanwezigheid grotendeels niet gevoeld. Jarabi is een perfect voorbeeld. Het lied, geschreven door Toumani Diabaté, is het middelpunt van het album. Het nummer heeft een pulserend ritme van balafons, kora en minimale percussie, gecombineerd met de indrukwekkende zang van Kasse Mady Diabaté. Maar afgezien van een shaker heeft het weinig tot geen Cubaanse invloed. Geen probleem verder, maar het valt uit de toon waar het het karakter van dit album betreft. Het zou mooi geweest zijn als op sommige tracks door Cubanen gitaar werd gespeeld over Afrikaanse ritmes, maar om welke reden dan ook lijkt Ochoas die route niet aan te durven.

Muziek  (468x60)